Keuring van hole 13 en 18 door de fa. De Ridder op donderdag 25 juni 2020.

Het werk aan een golfbaan wordt door de leden vanzelfsprekend beoordeeld door wat er zichtbaar is. Voor een greenkeeper is het ook van belang wat er onder het groene gras zit en wat daar gebeurt. Daarom keurt de fa. de Ridder, die voor ons het onderhoud doet, op gezette tijden een aantal holes aan de hand van een kwaliteitslijst die gemaakt is door o.a. de NGF. Twee leden van de baancommissie doen mee aan deze beoordeling. Op een later moment wordt deze kwaliteitsbeoordeling ook weer gecheckt door een onpartijdig bedrijf. Komt die beoordeling overeen met wat de Ridder er zelf van vindt?

Als eerste is hole 18 aan de beurt. Van tee tot green worden de verschillende punten die genoemd worden in het boek Kwaliteit golfbanen doorgenomen en beoordeeld. De scores worden na overleg met André, onze hoofdgreenkeper en dhr. de Vries van de fa. de Ridder, genoteerd.  Het is een momentopname, zodat er op een later moment gekeken kan worden of er veranderingen zijn waar te nemen.
Op de TEE  wordt gekeken naar divots, maaipatronen, overgang graslengtes, positie teemarkers, grasdichtheid, mossen, onkruiden, ziektes, gras- en bladafval, graslengte rondom sproeiers en de TEE- oploop.
De fairway en de rough worden op een soortgelijke manier beoordeeld.
Op de green komt daar nog bij dat er getest wordt hoe hard de inslag van de golfbal is, dit met een apparaat waar met kracht een golfbal op de grond ketst.

Ook wordt gemeten hoe eerlijk de bal rolt, is de green “true”. Rollen alle ballen op een bepaald stukje green op dezelfde manier!

Tien ballen moeten achter elkaar, zonder afwijking, in de hole rollen.
Negen van de tien gaan er in. De bloempjes van het straatgras veroorzaken een kleine afwijking.

Natuurlijk wordt met de stimpmeter de snelheid van de green gemeten.  De stimp is op dit moment 9!

Ook wordt er een monster genomen van de ondergrond.
De bovenkant van de green is mooi groen en de ballen rollen goed, maar de grote vraag voor de greenkeeper is, wat zit er onder de grond.

Het eerste monster laat goede donkere kleuren zien, maar ook een enorme laag vilt. Dit is niet goed voor een green, want dit vilt houdt alle vocht vast en de laag eronder is droog. Ook is het voor graswortels heel moeilijk om door deze laag heen te groeien. Dat gebeurt dus niet en het grondmonster breekt gemakkelijk in stukken uiteen.

Het tweede grondmonster is minder goed. Er is nog meer vilt te zien en de grondlaag eronder ruikt niet erg prettig. Ook de lengte van de graswortels wordt gemeten. Ze zijn hier aan de korte kant door de moeilijk doordringbare viltlaag.
Er zal enorm veel geprikt moeten worden om dit goed te krijgen. Een proces van jaren, volgens André.

Als laatste wordt het percentage grassoorten bekeken. Op dit moment bloeit het straatgras, waardoor de rol van de bal wordt beïnvloed. Er komt een vergrootglas aan te pas om de verschillende soorten gras te bestuderen en het percentage te bepalen.

Al met al een klusje van meer dan anderhalf uur voor de beoordeling van één hole!
Dan is hole 13 aan de beurt. Hetzelfde proces wordt doorlopen en genoteerd.
Op deze green is al een hele verbetering waar te nemen door het prikken en bezanden. De viltlaag is hier duidelijk dunner. De diepere lagen van het grondmonster zijn hier wel vochtig en ruiken ook nauwelijks muf. Een heel goed teken!  Ook het kappen van de bomen rondom de green heeft een positieve invloed op de grasgroei